De zin van de waan
Een onderzoek naar de verbeelding van het Palestijns realisme
Gepubliceerd in Gonzo (circus), nr. 66 (Leuven, 2004).
Alex de Jong en Marc Schuilenburg
De kaarten aan de muren van de tentoonstelling ‘Time Suspended’ in het centrum voor hedendaagse kunst, Witte de With, te Rotterdam laten zien hoe klein het gebied is waar het conflict tussen Israël en de Palestijnen zich afspeelt. De nalatenschap van de Palestijnse leider Yasser Arafat is niet groter dan de provincie Utrecht. "Vanuit onze hotelkamer in Rammalah kon je in de verte Jeruzalem zien liggen. Zo dicht is het op elkaar," zegt een van de makers van de tentoonstelling, Pieter Van Bogaert. Toch is het aantal hectares van het grondgebied voor Israël nooit een doorslaggevend argument geweest om een zelfstandige Palestijnse staat te erkennen. Dagelijks komen nog beelden tot ons van zelfmoordaanslagen van Palestijnen en militaire acties van het Israëlische leger op de bezette gebieden. Daarbij zou je bijna vergeten dat het conflict zich al sinds 1948 voortsleept. Dat vormde ook een van de redenen voor het maken van de tentoonstelling. "Het idee was te zoeken naar de parallellen in de afgelopen dertig jaar in de kunst en in de realiteit. Je ziet bijvoorbeeld nog perioden van grote hoop en veel élan. Maar ook momenten van diepe teleurstelling," legt Van Bogaert uit.
Media en narrativiteit
‘Time Suspended’ is een project van de Belgische kunstenaars en critici Herman Asselberghs, Els Opsomer en Pieter Van Bogaert. Naar aanleiding van hun tiendaags bezoek in 2002 aan de West Bank maken ze een boek met foto’s en teksten over de situatie in de bezette gebieden. Dit boek vormt het vertrekpunt voor de tentoonstelling waarvoor de makers op zoek zijn gegaan naar andere kunstenaars die zich met dit onderwerp hebben bezig gehouden. "Het eerste waar we aan dachten, was de film van Jean-Luc Godard uit 1974. Hij reisde in 1970 naar Palestina om vier jaar later de film te maken. Daar zie ik een parallel met ons boek omdat wij ook twee jaar nodig hadden om onze ervaringen te verwerken," stelt Van Bogaert vast. Iedere mediale uiting van het conflict tussen de Palestijnen en Israël heeft met een kritische reflectie op de realiteit van het dagelijkse leven te maken. Op de tentoonstelling wordt duidelijk dat over een lange periode het conflict onderwerp in verschillende media is geweest. De waanzin, complexiteit en creativiteit van het dagelijkse leven van de Palestijnen is zowel op een narratieve als een visuele manier tot uiting gebracht, in de eerste plaats door schrijvers als Edward W. Said en de Palestijnse dichter Moeried Barghoeti. Volgens Barghoeti heeft "de bezetting ons van kinderen van Palestina tot kinderen van het idee van Palestina gemaakt". In de boeken van Edward Said komt het realisme van alledag voortdurend aan de orde. Toen de Israëlische minister-president Golda Meir in 1969 verklaarde dat de Palestijnen niet bestonden, wilde Said "de absurde uitdaging aannemen om haar ongelijk te bewijzen door een geschiedenis van verlies en onteigening duidelijk te maken door deze minuut per minuut, woord per woord en centimeter per centimeter te ontrafelen." Van Bogaert was bekend met de boeken van Said, maar vond de uitnodiging van de organisatie ‘100 Artists in Palestine’ een unieke kans om de situatie aldaar zelf te aanschouwen. "Toen we werden uitgenodigd, hebben we onmiddellijk ja gezegd. We wilden absoluut weten hoe de situatie die we zo goed kenden uit boeken, kranten en televisie er in de realiteit uit zag," zegt Van Bogaert.
Media en beelden
"Ik denk dat we iets hebben gemaakt dat buiten de geijkte formaten valt en dat daardoor iets toevoegt aan het voorgevormde beeld van ons westerlingen," formuleert hij voorzichtig. Die visuele kant van het realisme wordt duidelijk door films van Johan van der Keuken (‘De Palestijnen’, 1975), Jean-Luc Godard (‘Ici Et Ailleurs’, 1974) en Azza El-Hassan (‘News Time’, 2001). Zo is Godard’s ‘Ici Et Ailleurs’ een experimentele reconstructie van het Palestijnse conflict waarin hij onderzoekt hoe het maken van films betekenis schept. De film draait in de entreeruimte van de tentoonstelling en legt het onderzoekende karakter van het project bloot. "Als je die film ziet, merk je dat er niet zoveel veranderd is de laatste dertig jaar," zegt Van Bogaert gelaten. De film van Van der Keuken toont de strijd van de Palestijnen als een klassenstrijd. Hij laat beelden van de plattelandsbevolking zien die tussen twee vuren vastzit: het Israëlische leger en de plaatselijke feodale heersers. De foto’s van Els Opsomer zijn voorzien van ondertitels en worden geprojecteerd als een videobrief die bestemd is voor haar vrienden. Opvallend is dat er geen mensen op haar foto’s zijn afgebeeld. Op het eerste gezicht verschillen ze niet van de vakantiefoto’s die iedere toerist in het Midden-Oosten maakt. Maar juist die ogenschijnlijke gewoonheid is zeer bijzonder in deze politiek beladen gebieden waar de uitzonderingstoestand de regel vormt. "De dingen zijn er, maar je ziet ze niet," vertelt Van Bogaert. "Een groot deel van de oorlog blijft namelijk onzichtbaar voor de buitenlandse camera’s."
Media in actie
"Ik denk dat er zeker nog kunst bestaat die niet politiek is, maar ik vraag me af of ze interessant is. Als je zoekt naar kunst die iets heeft te vertellen, dan kom je automatisch uit op kunst die politiek is," vindt hij. Zowel in het boek als op de tentoonstelling wordt echter geen aandacht besteed aan de wijze waarop nu nieuwe media op een politieke manier worden ingezet in het onderlinge conflict. Videospellen zijn in de informatieoorlog het laatste wapen in de strijd met Israël. Zij sluiten aan bij de belevingswereld van jonge Palestijnen. Het gaat hierbij niet om de vraag hoe realistisch zo’n spel er uit ziet. Het gegeven dat de dagelijkse realiteit in een spel kan worden gespeeld, levert in de jarenlange verbeelding naast het narratieve en het visuele aspect een derde categorie op: de actie. De bekendste wapens zijn de games ‘Stone Throwers’ (2000), ‘Under Ash’ (2001) en ‘Special Force’ (2003). ‘Under Ash’ van de Syrische uitgever Dar Al-Fikr is het eerste Arabische 3D-spel. In dat spel kruipt de speler in de huid van een Palestijnse jongen met de naam Ahmad en voert een gewelddadige strijd tegen de Israëli’s. Hij schiet op kolonisten, komt gewonde broeders tot hulp en vecht tegen het Israëlische leger. Elke fase van het spel wordt gekenmerkt door de overdracht van een aantal belangrijke ideeën over de geschiedenis van de Palestijnse zaak. Het centrale Internet bureau van de Hezbollah is verantwoordelijk voor het op de markt brengen van ‘Special Force’. Dat spel verschilt qua realisme niet van de Amerikaanse voorbeelden als ‘America’s Army’ waarin de strijd tegen het terrorisme wordt aangebonden. Het laat alleen anti-Israël iconografie zien. "Vecht, bied verzet en vernietig de vijand in dit spel van kracht en overwinning", is de slogan van het spel. Ook in ‘Special Force’ neemt de speler het perspectief van een jonge Palestijn in die deelneemt aan de jihad. Hij komt in dezelfde omstandigheden als de leden van de Hezbollah terecht, namelijk locaties op vijandig terrein waar Israëlische troepen de tegenstander zijn. Met behulp van landkaarten, videobeelden en ander archiefmateriaal heeft de computerafdeling van Hezbollah virtuele versies gemaakt van gevechtssituaties die zich in werkelijkheid hebben voorgedaan. In het spel is bovendien een apart trainingsprogramma opgenomen waarin spelers leren schieten op doelen als premier Sharon en andere Israëlische politieke en militaire figuren. Volgens Bilal Zain, een van de makers van het spel, dient het spel als tegenwicht tegen de westerse spellen die te koop zijn. Daarin worden Arabieren getoond als terroristen in plaats van als vrijheidsstrijders. "Wij willen anderen laten weten dat ons land is bezet, onze mensen gevangen zijn genomen in Israëlische gevangenissen en onze huizen worden vernietigd," aldus Zain. Maar uiteindelijk dient het spel maar één doel. Dat blijkt uit de woorden van Mahmoud Rayya, een medewerker van het Hezbollah bureau: "Dit spel komt in opstand tegen de Israëlische bezetting, alleen nu door media."
De zin van de waan
‘Time Suspended’, de titel van het boek en de tentoonstelling, verwijst naar de tijd die de Palestijnen nodig hebben om door controleposten te geraken, om hun vluchtelingenkampen te kunnen verlaten, of om gewoon te wachten tot het allemaal voorbij is. Maar dat wachten geschiedt niet passief. Het verzet wordt ook in media voortgezet en die laten zich moeilijker beperken door repressieve maatregelen. Het verbeelden van realisme in media is in het Palestijns-Israëlische conflict een daad van verzet die op drie wijzen plaats vindt: narratief, visueel en interactief. "Media sterven niet, zij worden steeds opnieuw uitgevonden," zegt de Palestijnse journalist Daoub Kuttab treffend. Het is in die opeenvolging van media dat de alledaagse waanzin opgaat in de zin van de waan.
Herman Asselberghs, Els Opsomer en Pieter Van Bogaert, ‘Time Suspended’, SQUARE vzw, Brussel, 2004
Links:
http://www.squarevzw.be
http://www.damascus-online.com
http://www.underash.net
http://www.specialforce.net